Loes
Green
Loes (54) is zo Amsterdams als ze maar kan zijn. Goed gebekt en voor niemand bang. Als er naar haar leven gevraagd wordt, zegt ze met een gulle lach: “Wat willen we weten? Heb je effe?”. Loes heeft een onrustig leven achter de rug. De laatste jaren woonde ze bij haar vader in een aanleunwoning. “In de kast. Het was een tweekamerwoning. Hij had hulp nodig en daarom heb ik alles opgegeven en ben bij hem gaan wonen. Achteraf stom. Hij overleed en ik mocht daar niet blijven. Toen heb ik acht maanden overal en nergens geslapen en ben ik in het Instroomhuis van het Leger des Heils terechtgekomen. Ik woon nu in een ander opvanghuis en hoop over drie maanden een eigen huis te hebben en het te houden.
”Het gaat lekker op dit moment, zegt ze. “Het komt wel goed.” Voor 50|50 werkte Loes eerst in de wasserette en wilde iets anders. Nu werkt ze in de tuin. “Daar krijg je groene vingers van. Lekker hard werken en veel buiten zijn. Dan ben je ’s avonds kapot en mag je na een heerlijke nacht slapen ’s morgens weer aan de bak. Ik vind het hartstikke leuk werk. Ik heb altijd prima hulp gehad van het Leger en als me iets niet zint, dan zeg ik het gewoon.” Loes is inmiddels een groente-, kruiden- en fruitspecialist geworden. Tijdens een rondleiding door de tuin van 50|50 praat ze honderduit over de gewassen en hun kenmerken. “Een leven als dit, is heerlijk toch? Het komt wel goed met mij.”
Het komt wel goed met mij